“Schil(deren) beschil(deren) verschil(deren) geschil(deren)”

“Schil(deren) beschil(deren) verschil(deren) geschil(deren)”

Als schilder heb je in de regel met minstens drie werkelijkheden te maken. Er is een werkelijkheid daar buiten, in de wereld, maar er is er net zo goed één in je hoofd. En dan is er nog de werkelijkheid op het doek. Als deze drie werkelijkheden elkaar maximaal overlappen dan geldt voor veel mensen het resultaat, het schilderij, als geslaagd. Dit is echter niet het streven van Lecompte.

Dat begint al met de idee dat schilderijen geen ‘beeld’ hoeven zijn. Een absolute onmogelijkheid natuurlijk, want elke schilderkunstige handeling levert per defenitie een ‘beeld’ op. Maar hiermee is wel aangegeven wat Lecompte bezig houdt: Lecompte wil helemaal geen schilderijen maken. Lecompte wil schilderen.

En schilderen doet hij. 

Schilderend onderzoekt hij naar wat het gecontroleerde toeval aan schilderkunst oplevert. Naar

welke ‘artistieke’ weloverwogen beslissingen en welke gevoelsmatig geleide associaties aan het resultaat vooraf gaan.

En dit alles gesteund op de principes van dat schilderen; de gelaagdheid, de helderheid van de kleur, de dikte van de verf, de textuur, structuur en factuur.

Schilderen is ook het afleggen van artistieke rekenschap. Een goed schilderij is meer dan zijn verschijningsvorm. Beeld en beeldmiddelen vallen samen en kennen een onderlinge samenhang. Daarvoor moet je kijken. En ook kijken doet Lecompte. En nog eens kijken, voordat hij weer iets toevoegt of besluit dat er niets meer toe te voegen is. “Het is belangrijk om uw eigen ogen niet zomaar te geloven” zegt hij er zelf over.

Dat schilderen voor hem geen vrijblijvende exercitie is laat Wannes Lecompte overtuigend zien met zijn expositie bij Kunst Kan…

Leave a Reply